Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst! Deze uitdrukking zal een ieder bekend in de oren klinken. Een sportbond verplicht zichzelf, wil ze overleven, jeugdactiviteiten op touw te zetten. Tot de komst van de kunstijsbanen was dat voor wat betreft de schaatssport in feite onmogelijk. Pas als ‘Koning Winter’ Nederland in zijn greep had, trok jong en oud de smalle ijzers onder. Vrijwel iedereen in Nederland kan dan ook schaatsen: de een wat sneller, de ander wat langzamer. Met de komst van de kunstijsbanen is er voor de jeugd van 5 t/m 12 jaar de mogelijkheid gekomen om deel te nemen aan jeugdschaatscursussen.
Het jeugdschaatsen is een schaatsvorm, waarbij kinderen op een speelse wijze de beginselen van het schaatsen-rijden leren. Dit kan zowel plaatsvinden in het kader van het hardrijden als het kunstrijden. De geschiedenis van het jeugdschaatsen kent zijn oorsprong in Zuid-Holland bij het kunstrijden, waarna al snel het hardrijden volgde. Tegenwoordig zijn er vele duizenden kinderen die het jeugdschaatsen beoefenen op vrijwel alle kunstijsbanen in Nederland.
JEUGDSCHAATS(BEGE)LEIDERS
De verenigingen die aan het jeugdschaatsen deelnemen maken reclame op basisscholen en in de plaatselijke pers om zo kinderen te enthousiasmeren. De jeugdlessen worden gegeven door jeugdschaatsbegeleiders en jeugdschaats-leiders (door de KNSB opgeleid) uit eigen gelederen. Op speciale uren kunnen, afhankelijk van de grootte van de ijsbaan, grote groepen kinderen op een verantwoorde manier worden begeleid. De kunstijsbanen worden voor dit doel door middel van pionnen in vakken en/of segmenten verdeeld.
Op het ijs wordt een scala van oefeningen aangeboden, die de behendigheid op de schaats bevordert. Daarnaast zijn er nog tal van andere activiteiten, zoals: een grote verscheidenheid aan spelvormen, mini-elfstedentochten, verkleed schaatsen, etc. De jeugdschaatslessen worden meestal in cursusvorm aangeboden in 20 lessen. Het is een uitgebreid opleidingsprogramma, te beginnen met het oefenen van het evenwicht op de dunne ijzers. Daarna klimt de oefenstof in moeilijkheidsgraad op: voorwaarts rijden, remmen/stoppen en achterwaarts rijden tot aan de meer ingewikkelde figuren.
SCHAATSVAARDIGHEIDSDIPLOMA’S
Na een aantal lessen vormt het afrijden voor een diploma het hoogtepunt (meestal aan het eind van het seizoen). Op sommige kunstijsbanen is het mogelijk om via het zogenaamde schoolschaatsen aan een dergelijk project als het jeugdschaatsen deel te nemen. Een bekend voorbeeld van een schaatsster die uit het schoolschaatsen/jeugd-schaatsen is voortgekomen, is Yvonne van Gennip. De Haarlemse leerde de beginselen van het hardrijden in het kader van de actie ‘Winterkoninkje’, de jeugdschaats-lessen van de Ijsclub voor Haarlem en omstreken. In 1988 behaalde Yvonne van Gennip bij de Olympische Winterspelen drie gouden medailles: op de 1500, 3000 en 5000 meter. Bij het jeugdschaatsen-hardrijden bestaat de mogelijkheid tot het behalen van een door de KNSB verstrekt schaats--vaardigheidsdiploma. Je kunt op elke leeftijd een schaats--vaardigheidsdiploma behalen. Voor het hardrijden en het kunstrijden worden aparte eisen gesteld. Het diploma is uitgevoerd in vier-kleurendruk met een oud-Hollands schaatstafereel erop afgebeeld. Met een sticker of een gecalligraveerde letter wordt het niveau aangegeven. De examenproeven kunnen in principe op alle ijsbanen worden uitgezet.